ECLI:NL:CRVB:2021:2831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet-nakomen inlichtingenplicht over voormalige echtelijke woning
Appellante heeft een aanvraag om bijstand ingediend met een gewenste ingangsdatum van 22 februari 2018. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat zij de aanvraag pas op 19 maart 2018 ontving en omdat appellante niet alle gevraagde informatie, met name over de voormalige echtelijke woning, heeft verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de gevraagde gegevens niet kon verkrijgen, ondanks haar stelling van bewijsnood vanwege het niet meewerken van haar ex-echtgenoot. Ook in hoger beroep slaagt dit verweer niet omdat appellante niet heeft onderbouwd dat zij voldoende pogingen heeft gedaan om de benodigde informatie te verkrijgen.
De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de aanvraag om bijstand blijft afgewezen. Een vergoeding van proceskosten wordt niet toegekend omdat het bestreden besluit het oorspronkelijke besluit slechts licht heeft gewijzigd zonder het rechtsgevolg te veranderen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht over de voormalige echtelijke woning.