ECLI:NL:CRVB:2021:2803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf een adres op als hoofdverblijfplaats. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde de bijstand omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres verbleef. Waarnemingen toonden aan dat appellant en zijn auto vaker bij het adres van zijn moeder werden gezien dan bij het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres. De inschrijving en postontvangst op dat adres waren niet doorslaggevend. De Raad voegde toe dat de reden van verblijf niet relevant is; het gaat om de feitelijke situatie.
Appellant kreeg later bijstand toegekend op basis van gewijzigde feiten, maar dat deed niet af aan de rechtmatigheid van het eerdere besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.