ECLI:NL:CRVB:2021:2779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nieuwe aanspraak studiefinanciering wegens niet voldoen aan medische voorwaarden
Appellante heeft meerdere studies gevolgd en gestaakt, waarbij zij stelde dat ziekte de reden was voor het niet kunnen voltooien van eerdere opleidingen. Zij verzocht om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering op grond van artikel 5.16, vierde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), met onderbouwing door medische verklaringen.
De minister wees het verzoek af omdat niet was voldaan aan de voorwaarden, met name ontbrak een duidelijke medische verklaring waaruit bleek dat de eerdere studie niet kon worden voortgezet door een handicap of chronische ziekte, en dat een andere opleiding wel passend zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat de regeling slechts geldt voor zeer uitzonderlijke gevallen waarin een nieuwe start met een passender opleiding noodzakelijk is vanwege een tijdens de studie ontstane of verergerde handicap of ziekte. De medisch adviseur van de minister concludeerde dat appellante niet vanwege een dergelijke handicap of ziekte haar opleiding had moeten beëindigen. De Raad vond het advies zorgvuldig en consistent en zag geen aanleiding om dit te betwisten.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat de regeling een individuele beoordeling vereist en vergelijkbare gevallen moeilijk te vinden zijn. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de medische voorwaarden.