ECLI:NL:CRVB:2021:2732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als receptioniste, meldde zich ziek en ontving een WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het Uwv wees een IVA-uitkering af omdat geen sprake was van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische rapporten voldoende onderbouwing boden dat verbetering mogelijk was door een multidisciplinaire behandeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen duurzaam zijn en dat zij therapieresistent zou zijn. De Raad beoordeelde dat de medische beoordeling van het Uwv zorgvuldig en deugdelijk was, met een concrete inschatting van herstelkansen op basis van een behandeltraject gericht op klachtenreductie en verbetering van functioneren.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de criteria voor een IVA-uitkering op de datum in geding, 28 augustus 2018, en dat er geen aanleiding was een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.