ECLI:NL:CRVB:2021:2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging werkplan WerkFit traject ondanks psychische beperkingen appellant
Appellante ontvangt sinds 2014 een Wajong-uitkering vanwege psychische problematiek en een persoonlijkheidsstoornis. Het UWV stelde in 2017 vast dat zij arbeidsvermogen heeft, waarop haar uitkering werd verlaagd. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt, waardoor het rechtens onaantastbaar is.
Vervolgens stelde het UWV een werkplan vast met een WerkFit traject van tien uur verspreid over zes maanden. Appellante maakte bezwaar tegen dit werkplan, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en belastbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het werkplan een logische vervolgstap is, waarbij rekening is gehouden met haar beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Er zijn geen nieuwe gegevens overgelegd die aantonen dat het WerkFit traject niet van haar kan worden gevergd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het werkplan met WerkFit traject wordt bevestigd.