ECLI:NL:CRVB:2021:2701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks ziekte van Bechterew
Appellant was werkzaam als magazijnmedewerker en meldde zich ziek met rug-, nek- en psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens een arbeidsdeskundige nog 82,41% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij het medisch oordeel en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) als juist werden beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij door de ziekte van Bechterew en psychische klachten meer beperkt is dan het UWV aannam en niet in staat is om meer dan 65% van zijn loon te verdienen. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die het eerdere oordeel zouden onderbouwen en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een deskundige en geen proceskosten werden toegekend. De beslissing werd op 29 oktober 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.