ECLI:NL:CRVB:2021:2686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De gemachtigde van appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen inhoudelijke gronden, wat ook is aangekaart door de Raad. Appellante kreeg meerdere kansen om deze tekortkoming te herstellen, maar liet de gestelde termijnen ongebruikt voorbijgaan. Hierdoor is sprake van verzuim.
Op basis van deze feiten oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wordt het beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.