ECLI:NL:CRVB:2021:267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening individuele begeleiding wegens geen beperkingen zelfredzaamheid
Appellant vroeg op 23 februari 2016 een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding aan bij het college van burgemeester en wethouders van Den Helder. Na onderzoek door een indicatieadviseur Wmo, die met appellant en zijn begeleider sprak, concludeerde het college dat appellant geen beperkingen in zelfredzaamheid en participatie ondervindt. Het college wees de aanvraag op 12 april 2016 af, een besluit dat bij een eerdere rechtbankuitspraak werd bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en verwees naar een niet nader gespecificeerde verwijzing van zijn huisarts. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan, waarbij de indicatieadviseur de situatie van appellant grondig had onderzocht en dat appellant zelf ook aangaf zelfredzaam te zijn. De enkele verwijzing van de huisarts was onvoldoende om het besluit te wijzigen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 februari 2021.
Uitkomst: De afwijzing van de maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding wordt bevestigd omdat appellant geen beperkingen in zelfredzaamheid en participatie ondervindt.