ECLI:NL:CRVB:2021:2657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor werk
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat een verzekeringsarts haar geschikt achtte voor haar laatst verrichte werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de conclusie van de verzekeringsarts werd gevolgd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde nieuwe informatie van haar GZ-psycholoog. Zij stelde dat het UWV onvoldoende inzicht had in haar werkzaamheden en dat haar psychische klachten haar ongeschikt maakten voor werk. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de nieuwe informatie hieraan niets afdeed en dat het UWV voldoende kennis had van de aard van haar werkzaamheden.
De Raad concludeerde dat appellante geschikt was voor haar functie als schoonmaakster en dat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een onafhankelijk deskundige of toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.