ECLI:NL:CRVB:2021:2641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift te laat was ingediend. De Raad stelde vast dat de uiterste datum voor het indienen 29 juni 2020 was, terwijl het beroepschrift pas op 20 november 2020 werd ontvangen.
Appellante voerde in verzet aan dat de vertraging in postbezorging tussen Nederland en Marokko door COVID-19 maatregelen en haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal de oorzaak waren van de late indiening. De rechtbank had de uitspraak aanvankelijk aangetekend verzonden, maar deze was onbestelbaar retour gekomen. Daarna werd de uitspraak per gewone post verzonden, maar het moment van ontvangst door appellante kon niet worden vastgesteld.
Gezien deze omstandigheden oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante zo spoedig mogelijk beroep heeft ingesteld en verklaart het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het hoger beroep alsnog in behandeling genomen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt alsnog in behandeling genomen.