ECLI:NL:CRVB:2021:2585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke uitspraak over pensioenoverzicht
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een onherroepelijke uitspraak van de Raad van 7 juli 2020, waarin de rechtbank Amsterdam was bevestigd over de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar tegen een pensioenoverzicht wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Verzoeker stelde dat hij ernstig ziek is en een zwervend bestaan leidt, en dat hij door zijn zuster wordt geholpen. Echter, hij heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die vóór de uitspraak niet bij hem bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, zoals vereist volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad benadrukt dat het middel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de inhoud van de eerdere uitspraak, maar alleen voor herstel bij onjuist gebleken feitelijke uitgangspunten. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten wordt het verzoek afgewezen.
Daarnaast merkt de Raad op dat verzoeker reeds een ouderdomspensioen is toegekend in een besluit van 27 maart 2019, waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.