ECLI:NL:CRVB:2021:2579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als adviseur particulieren bank, meldde zich in 2004 ziek met psychische klachten en later whiplashklachten na een ongeval. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering per 25 juli 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het neuropsychologisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, met name voor werk in lawaaierige omgevingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, bevestigde de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, inclusief het psychiatrisch rapport van Lam, en concludeerde dat de arbeidsdeskundige de belastbaarheid adequaat had beoordeeld. De stelling dat de functie samensteller kunststof en rubberproducten niet geschikt zou zijn, werd gemotiveerd weerlegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering per 25 juli 2018 bevestigd.