Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:2530

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 september 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
19/5421 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 PWArt. 32 PWArt. 31, tweede lid, onderdelen w en x PWArt. 17j, vijfde lid, AOWArt. 33a AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemeld Turks pensioen

Appellante ontvangt sinds 1 januari 2013 een Turks pensioen en sinds 14 juli 2016 bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Zij heeft het Turkse pensioen niet gemeld, wat in strijd is met haar inlichtingenverplichting. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft het Turkse pensioen terecht als inkomen gezien waarmee de bijstand moet worden verminderd, conform artikel 31 en Pro 32 van de PW.

Appellante stelde dat het Turkse pensioen op grond van artikel 31, tweede lid, onderdelen w en x, van de PW niet als middel mag worden gerekend. De Raad oordeelt dat het vrijgelaten deel van het pensioen op grond van artikel 17j, vijfde lid, van de AOW niet van toepassing is omdat er geen bestuurlijke boete is verrekend. Ook inkomensondersteuning op grond van artikel 33a van de AOW is niet van toepassing omdat appellante geen AOW ontvangt.

De Raad stelt dat zowel het Turkse als het Nederlandse pensioen als inkomen worden beschouwd waarmee de bijstand wordt verminderd, waardoor er geen sprake is van ongelijke behandeling of strijd met internationale verdragen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het college mag de bijstand over de periode van 14 juli 2016 tot en met 30 juni 2018 herzien en het bedrag van € 9.782,19 terugvorderen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het Turkse pensioen mag als inkomen worden meegeteld voor bijstandsvermindering.

Uitspraak

19.5421 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 28 september 2021
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2019, 19/3247 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: R. de Haas
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2021. Namens appellante heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, door middel van videobellen deelgenomen aan de zitting. Het college heeft zich, eveneens door middel van videobellen, laten vertegenwoordigen door mr. A. Zonneveld.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Dit betekent dat het Turkse pensioen van appellante terecht in mindering is gebracht op haar bijstandsuitkering. En dus ook dat de bijstand van 14 juli 2016 tot en met 30 juni 2018 is herzien en dat het college over die periode (bruto) € 9.782,19 van haar heeft teruggevorderd.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante ontvangt sinds 1 januari 2013 pensioen uit Turkije en sinds 14 juli 2016 bijstand op grond van de Participatiewet (PW). In strijd met de inlichtingenverplichting had zij het Turkse pensioen niet gemeld.
Het college ziet het Turkse pensioen op grond van artikel 31 en Pro artikel 32, eerste lid, van de PW als inkomsten waarmee de bijstandsuitkering moet worden verminderd.
De stelling van appellante dat het Turkse pensioen op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onderdelen w en x, van de PW niet tot haar middelen kan worden gerekend is onjuist.
Op grond van onderdeel w, is het (op aanvraag) vrijgelaten deel van het pensioen op grond van artikel 17j, vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet (AOW) geen middel. Dit per
1 januari 2017 vervallen artikel van de AOW was van toepassing als een bestuurlijke boete werd verrekend met pensioen, om zo een onbedoeld sterk gereduceerd recht op toeslagen (zoals zorgtoeslag en huurtoeslag) weg te nemen. [1] Bij appellante is geen bestuurlijke boete verrekend met haar pensioen. Dus deze situatie doet zich hier niet voor.
Op grond van onderdeel x is inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 33a van de AOW geen middel. Deze inkomensondersteuning verzacht de effecten van de afschaffing van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen. Een voorwaarde is dat men recht heeft op ouderdomspensioen op grond van de AOW. [2] Appellante ontvangt geen AOW en dus ook geen inkomensondersteuning op grond van de AOW. De vraag of zij met haar Turks pensioen recht heeft op deze inkomensondersteuning ligt hier niet voor.
Net als het Turkse pensioen van appellante wordt ook Nederlands pensioen gezien als inkomen waarmee de bijstand moet worden verminderd. Van ongelijke behandeling of strijd met internationale verdragen is dus geen sprake.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. de Haas (getekend) J.N.A. Bootsma

Voetnoten

1.Kamerstukken II, 2011-2012, 33 207, nr. 8, p.4
2.Kamerstukken II, 2013-2014, Memorie van Toelichting, 34 015, nr. 3