ECLI:NL:CRVB:2021:252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen. Tijdens de procedure nam het college een gewijzigde beslissing op bezwaar waardoor het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college met de gewijzigde beslissing volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het bestuursorgaan in dat geval op verzoek van de indiener van het beroepschrift in de proceskosten te veroordelen.
De Raad veroordeelde het college dan ook in de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €1.602,- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het college terecht. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 9 februari 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Groningen is veroordeeld tot betaling van €1.602,- aan proceskosten aan appellant.