ECLI:NL:CRVB:2021:2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellanten hebben bijstand ontvangen die is ingetrokken over de periode van 27 augustus tot en met 10 september 2019 vanwege een verblijf van meer dan vier weken in het buitenland. Dit verblijf leidt in beginsel tot het verlies van het recht op bijstand volgens de Participatiewet.
Appellanten voerden aan dat er zeer dringende redenen waren, namelijk een auto-ongeluk op 7 augustus 2019 waarbij appellant een hersenschudding opliep en lichamelijke en psychische klachten had. Volgens vaste rechtspraak zijn zeer dringende redenen aanwezig bij een acute noodsituatie die levensbedreigend is of kan leiden tot blijvend ernstig letsel.
De rechtbank en de Centrale Raad oordeelden dat geen sprake was van een acute noodsituatie. Appellant was slechts één nacht in het ziekenhuis in Bursa opgenomen en mocht volgens medisch rapport zonder bezwaar vliegen. Er was geen aanwijzing dat de situatie in de te beoordelen periode anders was. Daarom is de intrekking van de bijstand terecht en wordt het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.