ECLI:NL:CRVB:2021:2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en passendheid functies bij WIA-uitkering
Appellant was sinds 2011 werkzaam als operator in opleiding en vrijwillige brandwacht, maar meldde zich in 2012 ziek met schouder- en nekklachten. Het UWV kende hem vanaf 2014 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, dat later werd herzien naar circa 43%. In 2018 stelde het UWV een vervolguitkering vast op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35-45%, waarbij medisch en arbeidskundig onderzoek plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen en mentale toestand zwaarder waren dan vastgesteld en dat hij de geduide functies niet kon verrichten. Hij overhandigde een arbeidspsychologisch rapport dat zijn actuele situatie schetste.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het arbeidspsychologisch onderzoek niet relevant was voor de datum in geding (1 november 2018) en dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage had vastgesteld. De functies waarop de berekening was gebaseerd, waren medisch passend, en de beperkingen van appellant sloten klantencontact uit, wat in de functies niet leidde tot overschrijding van zijn belastbaarheid. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,37% bevestigd.