ECLI:NL:CRVB:2021:249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en kreeg na ziekte een Ziekengelduitkering op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen zou kunnen verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen toch waren onderschat en zij de geduide functies niet kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere bezwaren zonder nieuwe argumenten of bewijs. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusies juist.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee blijft de beëindiging van de Ziekengelduitkering per 28 oktober 2017 in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziekengelduitkering per 28 oktober 2017.