Appellant, met fysieke en psychische beperkingen, vroeg ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Het college verstrekte aanvankelijk 3 uur individuele begeleiding per week, maar weigerde meer uren ondanks een medisch advies dat sprak van forse beperkingen en blijvende ondersteuningsbehoefte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan en een te beperkte ondersteuningsbehoefte heeft aangenomen, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd.
De Raad bepaalt zelf dat appellant recht heeft op een maatwerkvoorziening van 13 uur per week voor de periode 1 april 2017 tot en met 31 maart 2018 en veroordeelt het college tot betaling van wettelijke rente over het na te betalen pgb en de proceskosten.