Uitspraak
19 4965 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Wajong-uitkering toe en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 13 maart 2019;
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 5 april 2018 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam zou zijn. De rechtbank bevestigde dit standpunt, stellende dat appellant na behandeling van zijn depressie weer arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen, mede op basis van eerdere stages en werkzaamheden.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn verstandelijke beperking en gedragsproblematiek maken dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam is. De Raad vroeg het UWV om nadere motivering, maar vond de reactie onvoldoende onderbouwd. Uit een consulentenverslag bleek dat appellant ondanks intensieve begeleiding niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en niet zelfstandig taken kan uitvoeren.
De Raad concludeerde dat het UWV onvoldoende heeft aangetoond dat appellant arbeidsvermogen kan ontwikkelen en dat het ontbreken daarvan duurzaam is. Daarom vernietigde de Raad het eerdere besluit en kende met terugwerkende kracht vanaf 5 april 2018 een Wajong-uitkering toe. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Appellant krijgt met terugwerkende kracht een Wajong-uitkering toegekend wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.