ECLI:NL:CRVB:2021:2368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het griffierecht van €134,- niet binnen de gestelde termijn was betaald, ondanks meerdere aanmaningen en herinneringen, waaronder aangetekende brieven. Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen inhoudelijke beroepsgronden.
Appellante werd bij brief van 28 april 2021 en opnieuw bij aangetekende brief van 31 mei 2021 in de gelegenheid gesteld om het verzuim te herstellen door alsnog het griffierecht te voldoen en de beroepsgronden aan te leveren. Beide termijnen werden ongebruikt voorbijgegaan. Op grond van de beschikbare gegevens kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 22 september 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.