Uitspraak
20.2103 PW
OVERWEGINGEN
€ 500,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt bijstand en heeft tijdens een rechtmatigheidsonderzoek bankafschriften verstrekt waaruit kasstortingen blijken. Het college heeft de bijstand over een langere periode herzien en teruggevorderd omdat niet alle bankafschriften waren overgelegd en kasstortingen niet waren gemeld.
Appellant heeft in bezwaar enkele ontbrekende bankafschriften alsnog ingediend, waarop het college het bezwaar deels gegrond verklaarde en de terugvordering heeft aangepast. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
In hoger beroep betoogt appellant dat hij het terugvorderingsbedrag al heeft voldaan en dat de inhouding op zijn bijstand moet stoppen. De Raad oordeelt dat het terugvorderingsbedrag nog niet volledig is afgelost en dat het ontbreken van bankafschriften over juli en augustus 2017 rechtvaardigt dat de bijstand over die maanden wordt ingetrokken.
De Raad wijst erop dat de geweigerde individuele inkomenstoeslag niet aan de boete lag en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en het ontbreken van bankafschriften.