ECLI:NL:CRVB:2021:2350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toepassing kostendelersnorm bij niet-commerciële kamerhuur in Amsterdam
Appellant ontving bijstand en woonde sinds april 2018 op een adres met twee medebewoners. Het college paste de kostendelersnorm toe op basis van het aantal bewoners, wat leidde tot een verlaging van de bijstand. Appellant voerde bezwaar aan tegen de toepassing van de kostendelersnorm en stelde dat sprake was van een commerciële huurrelatie vanwege de huurprijs en bijkomende kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de huurprijs van €200 inclusief gas, water en licht voor een kamer van 12 tot 16 m² in Amsterdam niet commercieel is, mede gelet op marktgegevens uit het Kamernet Verhuurmarkt Rapport 2019. De stelling van appellant dat boodschappen inbegrepen waren in de huurprijs werd niet gevolgd, aangezien dit een aparte kostenpost betrof.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht geen rekening hield met het inkomen van appellant bij het vaststellen van de huurprijs en dat de woning niet als slecht onderhouden was aangetoond. Ook de financiële situatie van appellant bood geen grond om af te wijken van de kostendelersnorm, die dwingendrechtelijk is. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast omdat de huurprijs niet commercieel is.