ECLI:NL:CRVB:2021:2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door schadevergoeding
Appellanten ontvingen sinds 2004 bijstand en kregen in 2018 een schadevergoeding van €45.000 na een verkeersongeval. Het college trok de bijstand per 3 januari 2018 in wegens overschrijding van de vermogensgrens en vorderde een bedrag terug. Volgens het beleid van het college wordt 2/3e van de schadevergoeding, inclusief vergoeding voor huishoudelijke hulp en tuinonderhoud, als vermogen gerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college een ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de grenzen van vrijlating van schadevergoeding. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat de vergoeding voor huishoudelijke hulp en tuinonderhoud daadwerkelijk werd of zal worden besteed.
In hoger beroep herhaalde appellanten hun standpunt, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat de vergoeding terecht als vermogen is aangemerkt. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens door de ontvangen schadevergoeding.