ECLI:NL:CRVB:2021:2242
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening 24-uurszorg op grond van Wlz
Verzoekster, bekend met ernstige medische aandoeningen en afhankelijk van zorg, heeft een aanvraag voor langdurige zorg (Wlz) gedaan die door het CIZ is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening voor 24-uurszorg.
De voorzieningenrechter erkent de hulpbehoevendheid van verzoekster, die bedlegerig en rolstoelgebonden is, en erkent dat zij zorg nodig heeft. Echter, de reeds aanwezige thuiszorg en de zorg van haar pleegbroer bieden voldoende ondersteuning. Er is geen spoedeisend belang dat onmiddellijke voorziening vereist.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen omdat de bodemprocedure kan worden afgewacht zonder onherstelbare schade voor verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor 24-uurszorg wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.