ECLI:NL:CRVB:2021:2201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgeldigheid vaststellingsovereenkomst bij eervol ontslag ambtenaar ondanks ontbreken handtekening
Appellant was sinds 1976 werkzaam bij de gemeente en wilde het dienstverband beëindigen via een vaststellingsovereenkomst. Hoewel appellant de overeenkomst niet ondertekende, stemde hij inhoudelijk wel in met de afspraken, zoals blijkt uit correspondentie en verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst ook zonder handtekening rechtsgeldig is, omdat de advocaat van appellant namens hem akkoord had gegeven en er feitelijke overeenstemming bestond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen ontslagverzoek had ingediend en dat de overeenkomst ongeldig was wegens te late betalingen van salaris en advocaatkosten.
De Raad verwierp deze bezwaren, omdat de vergoeding van advocaatkosten al geregeld was en later alsnog is voldaan, en er geen termijn voor betaling in de overeenkomst was opgenomen. De Raad bevestigde het eervol ontslag per 1 januari 2019 en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.J.T. van den Corput, met griffier E.M. Welling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig zonder handtekening van appellant.