ECLI:NL:CRVB:2021:218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2012 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Zij verzocht om een IVA-uitkering vanaf 2 mei 2016, maar het UWV wees dit af omdat de beperkingen niet duurzaam waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellante weliswaar volledig arbeidsongeschikt was, maar dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was omdat er een meer dan geringe kans op herstel of significante verbetering bestond, met name door behandeling van ADHD bij een gespecialiseerde afdeling. Dit oordeel was gebaseerd op meerdere rapporten van verzekeringsartsen.
Appellante voerde aan dat haar klachten niet curabel waren en dat zij later toch een IVA-uitkering kreeg, maar de Raad vond de motivering van het UWV voldoende concreet en onderbouwd. Het hoger beroep slaagde daarom niet en de eerdere uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.