ECLI:NL:CRVB:2021:2118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
Appellant diende in juli 2018 een aanvraag om bijstand in, welke in november 2018 door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen wegens onvoldoende informatie over zijn financiële situatie. Een tweede aanvraag in november 2018 werd eveneens afgewezen. Het college stelde dat de herkomst van de contante stortingen en bijschrijvingen op de bankrekeningen van appellant onduidelijk bleef, waardoor de bijstandsbehoevendheid niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de grote bedragen op zijn rekeningen afkomstig waren uit eigen middelen of dat er sprake was van schuiven tussen rekeningen. De verklaringen van familieleden over leningen waren onvoldoende specifiek.
In hoger beroep voerde appellant dezelfde gronden aan, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat bij een latere aanvraag in 2019 wel bijstand werd verleend omdat appellant toen kon aantonen waar het geld vandaan kwam, onder meer door gebruik van iDEAL. De afwijzing van de eerdere aanvragen blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvragen wordt bevestigd vanwege onvoldoende duidelijkheid over de herkomst van stortingen op de bankrekeningen.