ECLI:NL:CRVB:2021:2107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswonende status na huisbezoek
Appellante was ingeschreven op een BRP-adres waar ook een neef woonde, maar ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek door controleurs concludeerde de minister dat appellante niet op het BRP-adres woonde en herzag de studiefinanciering tot thuiswonend, met terugvordering van €3.507,28.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was en de minister voldoende bewijs had geleverd. Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak en stelde dat het huisbezoek onzorgvuldig was en dat er wel degelijk bewijs was dat zij op het BRP-adres woonde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was, dat er geen exclusief woongebruik van een kamer door appellante was vastgesteld, en dat de afwezigheid van persoonlijke spullen niet strookte met een hoofdverblijf van twee jaar. Bewijsstukken van appellante, zoals enkele persoonlijke items en een inboedelverzekering, waren onvoldoende om het standpunt te weerleggen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante ten onrechte studiefinanciering ontving als uitwonende en bevestigt de herziening tot thuiswonend.