ECLI:NL:CRVB:2021:210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van Ziektewet bevestigd na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als voedingsassistente en meldde zich ziek met rug- en psychische klachten terwijl zij een Werkloosheidswet-uitkering ontving. Op 25 september 2017 stelde een verzekeringsarts vast dat zij geschikt was voor haar eigen werk, waarna het Uwv het ziekengeld beëindigde. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit oordeel na zorgvuldige beoordeling van alle klachten en medische informatie.
In hoger beroep stelde appellante dat haar lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en vroeg zij om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde echter dat de medische beoordeling zorgvuldig en overtuigend was, dat de later ingediende medische stukken geen relevante informatie bevatten over de belastbaarheid op de datum van het besluit, en dat er geen twijfel bestond aan de medische beoordeling.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Ziektewet-uitkering is daarmee terecht beëindigd omdat appellante op de beslissende datum geschikt was voor haar eigen arbeid.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor haar eigen werk.