ECLI:NL:CRVB:2021:2099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde ZW-uitkering
Appellante ontving sinds april 2018 bijstand naast inkomsten uit arbeid. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand per november 2018 in en vorderde de bijstand over de periode april tot en met september 2018 terug, omdat appellante naast haar arbeid ook een ZW-uitkering ontving die zij niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de ZW-uitkering ten onrechte had ontvangen en moest terugbetalen, waardoor niet naar haar middelen tijdens de periode gekeken moest worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de ZW-uitkering moest terugbetalen. Zelfs als dat zo zou zijn, beschikte zij feitelijk over voldoende middelen en had zij daarom geen recht op bijstand. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde ZW-uitkering.