ECLI:NL:CRVB:2021:2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellante, voormalig commercieel/administratief medewerkster, ontving sinds 2013 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% na een auto-ongeval. Na een herkeuring in 2017 stelde het UWV haar arbeidsongeschiktheidspercentage vast op minder dan 35%, waardoor de uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en beroep, stellende dat haar klachten ernstiger waren dan door het UWV vastgesteld en dat het dagverhaal onjuist was weergegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellante adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De geselecteerde functies voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling waren passend. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten en voerde zij aan dat het beginsel van equality of arms was geschonden en dat een onafhankelijke deskundige benoemd moest worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen belemmeringen had ondervonden in het proces en dat de medische informatie van haar behandelaars voldoende was betrokken bij de beoordeling. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. De Raad vond geen nieuwe medische feiten in het aanvullende dossier van 2020 en verwierp het betoog dat het dagverhaal onjuist was. Ook was geen toezegging gedaan over behoud van uitkering. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beëindiging van de WGA-uitkering terecht was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering van appellante.