Uitspraak
19.4940 WSF
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht bij de minister om het inkomen van haar vader niet mee te laten tellen bij de vaststelling van haar aanvullende beurs, wegens een ernstig en structureel conflict. De minister wees dit verzoek af, wat werd bevestigd door de rechtbank Den Haag. De rechtbank oordeelde dat hoewel de relatie tussen appellante en haar vader verstoord is en er geen contact is, dit onvoldoende aanleiding geeft voor loskoppeling zonder bijkomende omstandigheden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, waaronder het ontbreken van contact sinds 2012 en mislukte hulpverleningstrajecten. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de overgelegde medische gegevens en een brief van een consulent geen nieuwe of voldoende bewijs bevatten om het besluit te vernietigen. De medische gegevens betroffen een eerdere periode en toonden geen ernstige gezondheidsproblemen in de relevante periode.
De Raad concludeerde dat het verzoek om loskoppeling terecht was afgewezen, mede omdat appellante gebruik kan maken van een maandelijkse lening om haar studie te bekostigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om loskoppeling wordt afgewezen.