ECLI:NL:CRVB:2021:2015
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van Wubo wegens ontbreken nieuw oorzakelijk verband
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Na eerdere afwijzingen en erkenning van oorlogsgeweld zonder blijvende invaliditeit, verzocht appellant in 2020 herziening vanwege vermeerderde psychische klachten.
De Pensioen- en Uitkeringsraad handhaafde het afwijzende besluit, stellende dat geen nieuw bewijs was geleverd dat het meemaken van ongeregeldheden tijdens het verblijf in het Wilhelmina-gebouw in Medan een oorzakelijke rol speelt bij de klachten van appellant.
De Centrale Raad van Beroep toetste het besluit met terughoudendheid en concludeerde dat het bestreden besluit deugdelijk is voorbereid en gemotiveerd. Medische adviezen van geneeskundig adviseurs werden gevolgd, terwijl het rapport van psychiater Belleman onvoldoende nieuwe feiten bevatte om het oordeel te wijzigen.
De Raad oordeelde dat de psychische klachten vooral samenhangen met andere oorzaken zoals familieverliezen en niet direct met de oorlogservaringen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het afwijzende herzieningsbesluit op grond van de Wubo wordt bevestigd.