Uitspraak
20.1262 WIA
mr. Vlieger verschenen. Het Uwv heeft zich door middel van videobellen laten vertegenwoordigen door mr. F. Eijmael.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2010 ziek gemeld met nek- en psychische klachten en ontving vanaf 2013 een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit en benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die aanvullende beperkingen constateerde en een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep selecteerde functies die passend zouden zijn bij de beperkingen van appellante, wat ook door de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd onderschreven. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de functies ongeschikt zijn vanwege hoge werkdruk en verantwoordelijkheid, en dat haar belastbaarheid in deze functies vergelijkbaar is met haar maatmanfunctie waarvoor zij uitviel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze bezwaren niet overtuigen en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de functies passend zijn en de belastbaarheid niet wordt overschreden. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de WGA-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering van appellante.