ECLI:NL:CRVB:2021:1970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als kwaliteitscontroleur en meldde zich ziek met lichamelijke en depressieve klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geselecteerde functies.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts nam aanvullende beperkingen op in de Functionele Mogelijkhedenlijst, maar de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de geselecteerde functies nog steeds kon vervullen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen niet waren onderschat. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen objectief waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige de functies uitvoerig had gemotiveerd als passend. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig onderzoek.