Uitspraak
21.2104 PW-VV, 20/4479 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster huurt een kamer op het uitkeringsadres en vroeg bijstand aan. Het dagelijks bestuur weigerde de aanvraag omdat onduidelijk was of zij als alleenstaande woonde of een gezamenlijke huishouding voerde. Na dossieronderzoek, gesprekken, waarnemingen, huisbezoek en buurtonderzoek bleef de woon- en leefsituatie onduidelijk.
Verzoekster slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij de kamer als alleenstaande huurt; zij betaalde geen huur en kon niet verklaren waarom zij ondanks huurachterstand mocht blijven. Ook de verklaringen van de verhuurster en buren wezen op een gezamenlijke huishouding met een ex-vriend. Klachten over discriminatie en absurde eisen werden ongegrond verklaard, met excuses voor de wijze van vragenstellen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster niet voldeed aan haar bewijslast, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening werden afgewezen, en de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs van alleenstaande woon- en leefsituatie wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.