ECLI:NL:CRVB:2021:1923

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 augustus 2021
Publicatiedatum
5 augustus 2021
Zaaknummer
18/2134 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenvergoeding

In deze zaak hebben werkneemster en werkgever hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het UWV heeft vervolgens op 25 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die tegemoetkomt aan de bezwaren van werkneemster en werkgever.

Naar aanleiding hiervan hebben de gemachtigden van werkneemster en werkgever het hoger beroep op 28 januari 2021 ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend, waarna het onderzoek ter zitting achterwege is gelaten en het onderzoek is gesloten.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van € 4.736,61 aan proceskosten, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en de kosten van een ingeschakelde deskundige.

De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 4.736,61 aan proceskosten aan werkneemster en werkgever.

Uitspraak

Datum uitspraak: 4 augustus 2021
18/2134, 18/2135 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
13 maart 2018, 17/6527 en 17/6528 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[werkneemster] te [woonplaats] (werkneemster)
[werkgever] te [vestigingsplaats] (werkgever)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens werkneemster en werkgever heeft mr. P.H. Mahieu, advocaat, hoger beroepen ingesteld.
Het Uwv heeft bij besluit van 25 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 28 januari 2021 heeft mr. Mahieu namens werkneemster en werkgever de hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens werkneemster en werkgever zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 januari 2021 aan de bezwaren van werkneemster en werkgever is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die werkneemster en werkgever in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. Uitgegaan wordt van samenhangende zaken zodat de kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 1.496,- in beroep (1 punt voor het indienen van beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 748,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van de hogerberoepschriften).
Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door gemachtigde van werkneemster en werkgever overgelegde rapporten van Ergatis komt voor toewijzing in aanmerking.
De door het Uwv te vergoeden kosten voor de ingeschakelde deskundige bedraagt € 2.492,61.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kunnen werkneemster en werkgever zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van werkneemster en werkgever tot een bedrag van € 4.736,61.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai

MY