ECLI:NL:CRVB:2021:1923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenvergoeding
In deze zaak hebben werkneemster en werkgever hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het UWV heeft vervolgens op 25 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die tegemoetkomt aan de bezwaren van werkneemster en werkgever.
Naar aanleiding hiervan hebben de gemachtigden van werkneemster en werkgever het hoger beroep op 28 januari 2021 ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend, waarna het onderzoek ter zitting achterwege is gelaten en het onderzoek is gesloten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van € 4.736,61 aan proceskosten, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en de kosten van een ingeschakelde deskundige.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 4.736,61 aan proceskosten aan werkneemster en werkgever.