ECLI:NL:CRVB:2021:1893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over feitelijke woon- en verblijfplaats
Appellant heeft op 28 september 2018 bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag voor bijstand ingediend op grond van de Participatiewet. Het college heeft deze aanvraag bij besluiten van januari en mei 2019 afgewezen en de verleende voorschotten teruggevorderd vanwege onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woon- en verblijfplaats van appellant.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Appellant heeft onvoldoende informatie verstrekt over waar hij daadwerkelijk verbleef, ondanks verzoeken van het college om dit te verduidelijken en het invullen van een formulier voor personen met wisselende verblijfplaats.
De Raad oordeelt dat het niet meewerken van de personen bij wie appellant verbleef, in de risicosfeer van appellant ligt. De stelling dat het college hem de mogelijkheid ontnam een ander onderkomen te regelen, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woon- en verblijfplaats van appellant.