ECLI:NL:CRVB:2021:1863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugkomen op uitbetaling verlofuren ambtenaar
Appellant was werkzaam bij de gemeente Den Haag en had na zijn ontslag recht op uitbetaling van resterende verlofuren. Het college betaalde deze uren in twee termijnen uit, waarbij in eerdere procedures was overeengekomen dat het totaal van 143,32 verlofuren minus reeds uitbetaalde uren zou worden voldaan.
Appellant stelde dat het college onjuist uitvoering had gegeven aan deze afspraak en dat onderscheid gemaakt had moeten worden tussen verschillende juridische grondslagen van het verlof. De Raad oordeelde echter dat het college juist had gehandeld door het totaalbedrag uit te betalen zonder onderscheid te maken.
Het hoger beroep van appellant slaagde niet, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde het eerdere besluit van het college om niet terug te komen op de uitbetaling. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het college wordt bevestigd.