Uitspraak
20 4023 TOZO
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Op 16 juli 2020 heeft een toezichthouder BRP van de gemeente Diemen een huisbezoek afgelegd op het uitkeringsadres.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een zelfstandig taxichauffeur, had bij het college van burgemeester en wethouders van Diemen een aanvraag ingediend voor verlenging van de Tozo-bijstand. Het college wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant daadwerkelijk woonde op het opgegeven uitkeringsadres.
Tijdens een huisbezoek en nader onderzoek door handhavingsspecialisten werden geen persoonlijke eigendommen van appellant aangetroffen op het uitkeringsadres. De hoofdbewoonster verklaarde dat appellant geen eigen kamer had, geen spullen achterliet en geen huur betaalde. Appellant kon dit niet met controleerbare gegevens onderbouwen en bevestigde zelf dat hij met een tas met kleding kwam en vertrok.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam had het beroep van appellant tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, oordelend dat het college niet tekort is geschoten in zijn onderzoekplicht en dat appellant de bewijslast niet heeft voldaan om zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres aan te tonen.
De Raad wijst erop dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen geen doorslaggevende betekenis heeft en dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven bepalend is voor het hoofdverblijf. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de verlenging van Tozo-bijstand wordt bevestigd.