ECLI:NL:CRVB:2021:1755

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
19 juli 2021
Zaaknummer
20/3111 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid AwbArt. 8:108, eerste lid Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens postproblemen bij hoger beroep AOW-uitspraak

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de beslissing van 17 december 2020, waarin het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Appellant stelde dat hij direct na ontvangst van de uitspraak hoger beroep had ingesteld, maar dat door corona-gerelateerde postproblemen de beroepsprocedure vertraging opliep.

De rechtbank had de uitspraak op 10 maart 2020 per aangetekende post naar appellant in Marokko gestuurd, maar deze werd onbestelbaar retour ontvangen zonder opgave van reden. Daarna werd de uitspraak op 26 juni 2020 per gewone post verzonden. Door de postproblemen was onduidelijk of appellant de uitspraak tijdig ontving om binnen de termijn hoger beroep in te stellen.

Gezien deze omstandigheden oordeelde de Raad dat het verzet gegrond was. De eerdere beslissing werd vernietigd en het hoger beroep zal alsnog in behandeling worden genomen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend aan appellant.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt alsnog in behandeling genomen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 juli 2021
20/3111 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2020, 19/4001 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak op 17 december 2020 nietontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet in behandeling kan nemen. De Raad baseert zich bij die beslissing op de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant is het niet eens met de beslissing van de Raad en heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 28 mei 2021. Partijen zijn niet naar de zitting gekomen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van 17 december 2020 heeft de Raad het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij dat te laat heeft ingediend.
In zijn verzetschrift schrijft appellant dat hij op de dag dat hij de uitspraak ontving direct hoger beroep heeft ingesteld. Door corona zijn er problemen met de postbezorging en is zijn beroepschrift lang onderweg geweest.
De rechtbank heeft de aangevallen uitspraak op 10 maart 2020 per aangetekende post naar appellant verstuurd. De uitspraak is onbestelbaar aan de rechtbank retour gezonden en op 25 juni 2020 bij de rechtbank ontvangen. Uit de retourzending blijkt niet waarom de uitspraak is teruggestuurd. Op het moment dat de rechtbank de uitspraak verstuurde waren er problemen met het postverkeer tussen Nederland en Marokko in verband met de corona maatregelen. Het is dus mogelijk niet aan appellant te wijten dat de uitspraak hem niet heeft bereikt. Vervolgens heeft de rechtbank op 26 juni 2020 de aangevallen uitspraak per gewone post toegezonden. Gelet op de mogelijke problemen met de post had het in de rede gelegen de aangevallen uitspraak opnieuw aangetekend te verzenden. Ook is met de tweede zending per gewone post niet te achterhalen of de uitspraak appellant heeft bereikt op een moment waarop hij nog tijdig hoger beroep kon instellen. In deze omstandigheden ziet de Raad aanleiding het verzet gegrond te verklaren.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 17 december 2020 vervalt en de Raad het hoger beroep alsnog in behandeling zal nemen.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2021.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) V.M. Candelaria