ECLI:NL:CRVB:2021:1723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als test engineer, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV kende aanvankelijk een WGA-vervolguitkering toe, later herzien tot een WGA-loonaanvullingsuitkering op basis van volledige arbeidsongeschiktheid, maar zonder toekenning van een IVA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat er nog behandelmogelijkheden waren met een gerede kans op verbetering. Appellant werkte niet mee aan nadere expertise en leverde geen medische stukken die tot een ander oordeel konden leiden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn arbeidsbeperkingen duurzaam zijn en verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is omdat appellant geen adequate behandeling volgde en er nog reële kansen op herstel zijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een IVA-uitkering omdat zijn volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.