ECLI:NL:CRVB:2021:1680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 10 april 2020, waarin haar verzet tegen een uitspraak van 15 november 2019 ongegrond werd verklaard.
Het verzoek tot herziening is behandeld op de zitting van 28 mei 2021, waarbij partijen niet zijn verschenen. Verzoekster stelde dat het griffierecht via een familielid in Nederland was voldaan, maar niet binnen de wettelijke termijn. Deze stelling was echter reeds in de eerdere procedure aangevoerd.
De Raad oordeelde dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.