ECLI:NL:CRVB:2021:1656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzondere bijstand voor tandheelkundige zorg en koelkastkosten
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor tandheelkundige zorg en de aanschaf van een koelkast. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een voorliggende en passende voorziening geldt voor medische kosten, waaronder tandheelkundige zorg. Daarnaast waren de kosten van de koelkast al voldaan op het moment van aanvraag, waardoor bijzondere bijstand daarvoor niet mogelijk was.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant de tandartskosten volledig had kunnen vergoeden via de gemeentelijke collectieve zorgverzekering, waartoe hij vanwege een betalingsachterstand niet had kunnen toetreden. Er was geen sprake van medische noodzaak of bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De rechtbank bevestigde ook dat bijzondere bijstand voor de koelkastkosten niet mogelijk was omdat deze al betaald waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat hij aanvullend verzekerd was en dat het college hem niet kon verplichten een bepaalde zorgverzekering te kiezen. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen bijzondere bijstand wordt toegekend voor tandartskosten en reeds betaalde koelkastkosten.