Uitspraak
19 4931 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen de bestreden besluiten van 16 april 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving vanaf 2003 een AOW-pensioen en vanaf 2007 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Na het overlijden van haar echtgenoot in 2015 ontving zij een AIO-aanvulling voor alleenstaanden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde een rechtmatigheidsonderzoek in naar aanleiding van een tip over een woning en pensioen in Suriname. Uit onderzoek bleek dat betrokkene en haar echtgenoot een pensioen ontvingen in Surinaamse dollars (SRD) dat niet was gemeld aan de Svb.
De Svb herzag en vorderde de AIO-aanvulling over de periode april 2007 tot september 2017 terug, waarbij zij rekening hield met de wisselkoers SRD-euro. De rechtbank oordeelde dat de Svb bij de herziening rekening had moeten houden met fictieve omzettingskosten, omdat het omzetten van SRD naar euro kosten met zich meebrengt. De Svb stelde dat betrokkene deze kosten feitelijk niet had gemaakt.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat betrokkene daadwerkelijk beschikte over de pensioengelden in SRD en deze gebruikte voor verblijfskosten in Suriname. Daarom was er geen aanleiding om fictieve omzettingskosten mee te nemen bij de terugvordering. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Raad benadrukte dat het meenemen van fictieve omzettingskosten zou leiden tot een inkomen boven de toepasselijke norm, wat niet strookt met het reparatoire karakter van de besluitvorming. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waarbij geen rekening wordt gehouden met fictieve omzettingskosten bij terugvordering van de AIO-aanvulling.