ECLI:NL:CRVB:2021:151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante, een stichting, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is voor het indienen van een beroepschrift en hoger beroep een griffierecht verschuldigd. Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €532,- binnen de gestelde termijn te betalen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan. De Raad concludeert op basis van de beschikbare gegevens dat appellante in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, zonder verdere inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.