ECLI:NL:CRVB:2021:1458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling (EZWb) door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende waren en dat hij vanwege zijn psychische klachten een urenbeperking van maximaal 24 uur per week nodig had. Hij bracht medische rapporten in van een medisch adviseur, bedrijfsarts en GZ-psycholoog en verzocht om een onafhankelijk deskundige.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische stukken geen aanleiding gaven het eerdere oordeel te herzien. Er was geen bewijs dat de psychische klachten bepaalde werkzaamheden uitsloten of dat een verdere urenbeperking noodzakelijk was. Ook was er geen schending van het equality of arms-beginsel. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.