ECLI:NL:CRVB:2021:1393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S. B. Smit-Colenbrander
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskosten- en schadevergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, waarna de Raad het onderzoek schorste en een deskundige benoemde. Het UWV nam op 11 mei 2020 een gewijzigde beslissing die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat het UWV in de proceskosten van appellant moet worden veroordeeld tot een bedrag van €53,98 voor reiskosten, terwijl het griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan worden gevorderd. De procedure duurde bijna vijf jaar, wat bijna een jaar langer is dan de redelijke termijn van vier jaar voor een drie-instantieprocedure in soortgelijke zaken.
De overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigde een immateriële schadevergoeding van €1.000,-, die de Staat werd opgelegd. De Raad besloot het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens intrekking en wees de proceskosten- en schadevergoedingsverzoeken toe.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken, UWV veroordeeld in proceskosten en Staat in schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.