ECLI:NL:CRVB:2021:1366

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
9 juni 2021
Zaaknummer
19/1549 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College veroordeeld in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college nam op 27 oktober 2020 een herziene beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat bij intrekking van het beroep wegens volledige tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Het college had geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.

De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op in totaal €1.602,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke op 8 juni 2021.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.602,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juni 2021
19/1549 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
27 februari 2019, 18/5485 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.A. van Heijningen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 27 oktober 2020 een herziene beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 28 oktober 2020 heeft mr. Van Heijningen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de herziene beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.068,- in beroep en op € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 1.602,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.602,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
8 juni 2021.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) K.R. van Renswoude

RB