ECLI:NL:CRVB:2021:1357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuw feit of omstandigheid
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 3 oktober 2019, waarin zijn aanvraag voor een WAO-uitkering was afgewezen. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek beoordeeld op basis van de schriftelijke stukken.
De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is indien sprake is van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoeker stelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Nederland ziek is geworden en nog steeds ernstig ziek is, zonder ooit ziekengeld te hebben ontvangen.
De Raad oordeelde dat het verzoek feitelijk neerkomt op een hernieuwde discussie over de reeds behandelde zaak en dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om de juistheid van een eerdere uitspraak ter discussie te stellen. Omdat verzoeker geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid heeft aangevoerd, wijst de Raad het verzoek af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.